vrijdag 9 juni 2017

31-05-2017

Bij het uitzoeken en opruimen van dingen van welke aard dan ook blijft er altijd wat over. Tenminste, bij mij is dat zo. Dingen die nergens bijhoren. Waar er te weinig van zijn om een nieuw 'iets' te vormen. Ik kwam het al tegen bij het uitzoeken van de keukenkastjes. Losse kopjes en schotels. Van de een is het kopje gebroken, van de ander het schoteltje. Samen vormen ze geen nieuw setje. Of de inhoud van een keukenlade. Daar blijft ook altijd iets over. 


Ik zocht de knopendoos uit en ook daar waren wat eenlingen over. Ik zocht ze eerst uit op kleur (met de hulp van kleinste meisje) daarna keek ik of er genoeg van een soort waren om er wat mee te doen. Vier stuks of zes. Er waren knopen waar er maar één van was. Die gingen met zijn allen in een potje om kettingen van te maken. Dat was niet zo erg. Vervelender waren de knopen waar er niet meer dan twee van waren die ook nog eens een kleur hadden die niet hoorde bij een van de andere kleuren. First world problem, ik weet het maar toch... Als je dan toch aan het opruimen bent moet het ook maar meteen tot in de puntjes toch? Uiteindelijk heb ik ze voor kettingen gebruikt en zal ik eens wat zeggen? Het waren juist die knopen die de ketting uiteindelijk mooi maakten.


Bij het uitzoeken van de kralen idem dito. Afijn, wat ik eigenlijk zeggen wil (ik heb soms een lange aanloop nodig) is dat ik bij het uitzoeken van de bloemen en tuinfoto's die ik plaatste bij de vorige twee blogs ook wat foto's overhield die ogenschijnlijk nergens bijhoorden. Daarom vandaag een rommeltje aan foto's waar ik toch nog wel even wat over wil zeggen. Zoals de eerste foto. Ons huis in de winter. Veel van jullie vroegen het huis eens helemaal te laten zien. Bij dezen gedaan. De tuin is er nog bedekt onder een dikke laag sneeuw. Hier en daar mist er een stukje huis, iets dat me nu niet snel meer overkomt maar je krijgt een aardige indruk zal ik maar zeggen. En voor de mensen die zeggen dat het inderdaad een groot huis zeg ik: je hebt gelijk. Maar een echt groot huis, een soort paleis Soestdijk kun je nog net een stukje zien op de foto. Het huis van onze achterbuurman. Dát is pas echt groot. Er is net zoveel onder als boven de grond te zien.


Op de tweede foto zie je het fluitenkruid. Helaas is het voor dit jaar al weer uitgebloeid. Fluitenkruid doet me altijd denken aan mijn speciale vriendin die niet meer onder ons is. Zij was jarig in de periode dat het fluitenkruid bloeide en ze plukte dan armenvol om in haar tuin te zetten. Op tafel, overal waar het maar mooi was. Nog lang hebben we met een groep vriendinnen op haar verjaardag fluitenkruid naar haar graf gebracht. Langzaamaan is dat gestopt. Maar altijd als ik het zie, pluk ik wat in de vroege uren van de dag, en denk ik even aan haar die ik zo verschrikkelijk mis.


De foto's van het fietsje wil ik ook met jullie delen. Ik parkeerde mijn auto (die rode ja) in Den Haag op een onmogelijk klein plekje. Mijn spullen lagen op de passagiersstoel en ik liep om de auto heen om ze te pakken. En daar zag ik het fietsje. Ik vond dat zo'n aandoenlijk gezicht. Zo'n ieniemieniemensje op een klein blauw fietsje. Ik maakte een foto en daar kwam de eigenaar aan. Helemaal in zijn eentje. Hij maakte het slot los, deed het om zijn nek en fietste weg. Midden in de stad. Ik hield mijn hart vast en keek hem na tot hij in de verte om de hoek verdween. Ik hoop dat zijn moeder om diezelfde hoek op hem stond te wachten. In mijn jeugd in het stille dorp achter de dijk kon dat nog maar midden in den Haag vond ik toch een ander verhaal.


Ja, en dan ben ik heel enthousiast over de stokrozen aan het vertellen en laat ik ze vervolgens niet zien. Dat kan natuurlijk niet. Hier een foto waar je een stukje van de muur ziet waar ik over vertelde. De muur tussen de buren en ons. De muur waar de jonge merel op zat en vliegles nam. Tegen die muur groeien ook de stokrozen. Ik zie aan het blad dat ze al een beetje op de weg terug waren. De bloemen zitten ook al hoog op de steel. Stokrozen, ik kan het niet vaak genoeg zeggen: ik hou d'r van.


En dan hierboven de foto van de ballonnen die achterbleven na het passeren van het varend corso. Hier in Westland is in het eerste weekend van augustus een corso. Niet met praalwagens maar op de schuiten waar ze vroeger de spullen mee naar de veiling brachten. Westlanders heten die boten. Er zijn er nog genoeg bewaard gebleven om er een lange optocht van te maken. Elk jaar zo'n 60 stuks. Ze zijn werkelijk prachtig versierd met alle producten die hier geteeld worden. Bloemen en groenten. Je kijkt je ogen uit. Er is veel muziek en dans op de boten. Af en toe zijn er bekende artiesten zoals op bovenstaande foto. De gebroeders Ko waren kwamen toen langs. Zij zijn bekend van het lied: ik heb een toeter op mijn waterscooter of zoiets. Gelukkig werden ze meteen daarna uit het water gevist en opgeruimd. Dat maakte weer veel goed.


Een foto van de druiventuin mag ook niet ontbreken. Het themapark de Westlandse druif is een bezoekje meer dan waard. Het Westland is ooit bekend geworden door de teelt van druiven. Er zijn hier en daar nog wat hobbyisten die wat druiven hebben. Deze tuin is een soort museum en wordt vrijwel helemaal gerund door vrijwilligers. Erg leuk om eens te komen kijken. Pfft, ik lijk de plaatselijke VVV wel. Grappig is dat mijn oude vader in het najaar met een bus naar hier komt. Met alle nog redelijk fitte bejaarden brengen ze eerst een bezoek aan de Maeslandtkering in Hoek van Holland en rijden dan langs de kust naar de druiventuin. Daar eten ze eerst en doen daarna een rondleiding. Is dat niet leuk?


Nog een foto die nergens bij past is die van een plantje. Een Kaaps viooltje om precies te zijn. Mijn moeder had echte groene vingers en stekte veel plantjes zelf. Die nam ze dan weer mee als ze ergens naartoe op visite ging of ze gaf ze aan mij. Dit is de laatste nog levende. Mijn vingers zijn beduidend minder groen dan die van mams. Voor deze plant doe ik trouwens wel heel erg mijn best om begrijpelijke redenen.


Van het Kaaps viooltje is het maar een kleine sprong (in gedachten kan alles) naar de tuin van het hotel in Kaapstad waar we logeerden toen we de laatste keer bij onze jongste op visite gingen. We sliepen daar in zo'n mooie oude koloniale woning uit de tijd van Jan van Riebeeck. Die weer uit Culemborg kwam waar we ook nog woonden maar dat geheel terzijde. Mijn vader zegt altijd: als jij maar lang genoeg praat is iedereen familie, ha. Het was er zo mooi en het was zo fijn om mijn kind zo gelukkig te zien. Dat maakt een heel klein beetje makkelijker om met het gemis om te gaan.


De foto's vertellen hun eigen verhaal en sommigen daarvan maken me weemoedig. Zo ook deze laatste foto. De hand van een jonge vrouw met daaraan een wantje wat ik maakte. Ik heb zoveel van die wantjes gebreid inmiddels. Ik kan ze niet meer tellen. Ik zocht een model met mooie handen. En weten jullie hoe moeilijk dat is? Er zijn echt maar weinig mensen die een goede verhouding van vingers en de rest van de hand hebben. Uiteindelijk bleek ik helemaal niet ver te hoeven zoeken want lief van onze middelste bleek ze te bezitten. We maakten heel veel foto's en hadden de grootste pret. Ik heb de foto's steeds weggedaan als er wantjes verkocht waren. Deze was er om een of andere reden nog. Misschien wel om dit rommeltje aan foto's compleet te maken. Misschien heeft het zo moeten zijn. Helaas word ik ook van het zien van deze foto weemoedig want ik zie lief niet meer. En zoon ook alleen nog als hij de kinderen komt halen of brengen. Ze maakte ander keuzes. En die respecteren we natuurlijk. Maar ik mis haar toch nog steeds. Ach, laat ik maar stoppen. Ik hoor het klokje van de oven. Er staat wat lekkers in en dat moet er nodig uit. Dagdag!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten