donderdag 20 april 2017

29-03-2017

Als ik nu (in april) terugdenk aan de maand maart, is het goed dat ik iedere dag aantekeningen maakte en het nu pas opschrijf wat er toen gebeurde. Een voor mij goede manier om alles nog een keer te beleven en nu wat bewust. Ik zou willen dat ik dat vorig jaar ook gedaan had, toen mijn moeder overleed. Ik herinner me daar alleen flarden van. Gelukkig deed ik het dit keer wel. Zondag overleed schoonmoeder. Maandag werd alles omtrent de uitvaart geregeld en dinsdag werd begonnen met het leegruimen van het appartement. Ik werd daar zo verdrietig van. Al die spulletjes. Haar breinaalden, de kaartjes met wol om sokken te stoppen, een buisje haaknaalden, een borduurwerk, wat poppenkleertjes, een uitgeknipt krantenartikel, de fotoalbums, haar po√ęziealbum. En nog zoveel meer spullen die bepaalden wie ze was. En nu werden de meeste van die spullen weggegooid of naar de kringloop gebracht. Niet een van haar dochters wilde ze hebben. 


Van sommige dingen (als ik zeker wist dat ze naar de kringloop gingen) heb ik gevraagd of ik ze mocht. Ze reageerden zo lief. Natuurlijk mocht dat. Graag zelfs. In de loop van de tijd, als het blog er om vraagt, zal ik hier een en ander laten zien. De woensdag daarna bleef ik thuis. De dominee zou komen om de dienst te bespreken en ik vond dat een zaak van haar eigen kinderen. Bovendien was ik zo verschrikkelijk moe. Ik heb normaal gesproken al niet veel energie en als er dan emotionele dingen bijkomen gaat het mis. Een dagje alleen thuis zou me goeddoen. En zo geschiedde. Het werkte louterend.


Ik ruimde hier en daar wat op en maakte schoon. De wasmachine maakte overuren. Ik kocht een bloemetje op de markt en vulde de koelkast. In de middag las ik wat in een gedichtenbundel en luisterde ik naar de oude Bach. Ik vind zijn muziek zo troostend. Voor ik het wist was de dag voorbij en kwam de liefste van alle mannen thuis. Aan zijn gezicht kon ik zien dat het een zware dag geweest was.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen