donderdag 27 april 2017

14-04-2017

Ik vertelde jullie al eerder over het leegruimen van het appartement, na het overlijden van mijn schoonmoeder. Er werden veel dingen naar de kringloop en rommelmarkt gebracht. Een van de dingen die ik mocht krijgen was haar Poesie album. Ik was er erg blij mee omdat ik haar alleen gekend heb als volwassen vrouw. Het ligt hier naast me en ik doe het voorzichtig open. Het roept meteen vragen op. Vragen die misschien niet meer beantwoord kunnen worden. Meteen al op de eerste bladzijde staat niet het bekende: dit album behoort aan mij enz enz maar het is en versje, geschreven door een zuster uit het Diaconessenhuis in Rotterdam. Waarom lag ze daar? En hoe lang heeft ze er gelegen? Waarschijnlijk best lang. Anders is er geen tijd om meerdere zusters te laten schrijven. Wat jammer dat ik niet van het bestaan van dit boekje wist. Ik had er w.s. fijne verhalen kunnen horen over de mensen die er in schreven en ook waarom ze in het ziekenhuis lag. 

Het boekje beslaat een relatief korte periode. Het eerste schrijfsel is van 18 maart 1936. Ze was toen 11 jaar. Bij welke gelegenheid zou ze het hebben gekregen? Niet voor haar verjaardag in ieder geval want die was in november. Sinterklaas kan ook niet want in december. Zou ze het zelf gekocht hebben van haar zakgeld? Kreeg ze zakgeld? Was het oppasgeld? Niet waarschijnlijk, want daarvoor was ze met haar elf jaar nog te jong. Haar eigen schrijven staat niet op de eerste maar juist op de laatste bladzijde. Dat zag ik nooit eerder. 

Middenin het album kom ik volgend vers tegen. Geschreven op 5 juni 1936. Geachte dochter, Waneer dit klein geschenk naar uw genoegen is. Ontvangt nu dit van mij tot een gedachtenis. Zou ze het dan van haar moeder gekregen hebben? Zij ondertekent het schrijven met uw liefhebbende moeder en dan volgt haar meisjesnaam. Ook wonderlijk, want verderop zie ik dat de oma (de moeder van moeder) op precies dezelfde manier haar versje ondertekent. Dus uw oma. En dan volgt ook de meisjesnaam van de oma. Terwijl ze zeker weten hun hele huwelijkse leven de achternaam van hun man gebruikt hebben. 

In het jaar 1936 zijn het vooral de mensen die dichtbij haar staan, die in het album schrijven. Haar nichtjes en oma's. Haar broertjes. Ze wordt afwisselend aangesproken met waarde dochter/nicht/zuster/vriendin. Blijkbaar ws het een plechtig gebeuren om in zo'n album te schrijven :) Ook wordt ze afwisselend Greetje, Greta, Gretha, Greet en zelfs Margaretha genoemd.
Haar vader heb ik nog gekend. Weliswaar als een oude man, maar toch herken ik zijn handschrift. Verschillende van haar nichtjes van toen leven nog. Ik herken hun namen. Oude broze dametjes zijn het maar in het poesiealbum zijn het nog jonge meisjes wier (mooi oud woord) handschrift alle kanten op gaat. Ik zie de namen van tantes die ik alleen ken uit de verhalen. Ik lees de versjes. Sommigen al oud maar ook nu nog steeds gebruikt. Ik zie andere, meer bijbelse teksten. Ik zie persoonlijke woorden. 17 keer wordt er dat jaar in het album geschreven. Door sommigen zelfs twee keer. En dan ook nog op twee bladzijden achter elkaar. Was het eerste vers niet goed? Waren ze er niet tevreden over? 


In 1937 wordt alleen in de eerste maanden in het album geschreven. Twee keer in februari door juffie en meester. In maart nog een keer door een meester met een werkelijk schitterend handschrift. Nichtjes Corry en Teuntje doen hun best op 2 en 3 maart. Daarna wordt er eind april nog twee keer in geschreven. Een keer door een buurvrouw en als laatste door vriendinnetje Leni. Op 16 mei schrijft tante Lies in haar album. Tante Lies woonde in Ermelo (zie boven) en dat is misschien wel de reden waarom het album lang weg was. Ermelo was destijds ver weg van het kleine dorp waar het meisje Gretha woonde. Het is een aanname van mijn kant hoor. Misschien was het album gewoon kwijt of vergeten. 11 maart 1938 schrijft er weer iemand in het album. Ene Corry. De dag daarna schrijft Annie en weer een dag later Trijnie. Eén schrijft nog in April en dan is het stil tot mei en is ze opgenomen in het ziekenhuis.



Twee verpleegsters schrijven in het poesiealbum. Met vrolijke losse handschriften. Ik hoop voor het kleine meisje van toen dat het lieve vrolijke zusters waren. Ik denk dat ik dat wel aan mag nemen, anders zouden ze nooit van de kleine Gretha in het album hebben mogen schrijven. Zuster Marie en zuster Martha werkzaam in het Diaconessenhuis in Rotterdam. Ze komt weer thuis uit het ziekenhuis en op 12 december maakt haar oom, haar lievelingsoom die altijd grapjes maakt, het album vol.
-
Bovenstaande schrijver  (zie foto) intrigeert me. Ter herinnering aan J Frederikze. Wat deed hij daar in Streefkerk? Was hij daar werkzaam? Was hij misschien leraar in opleiding en werkte hij op de Christelijke school aldaar? Ik weet het niet, maar het zou best kunnen. Wel weet ik dat hij 30 jaar later hoofd van mijn eigen Openbare school in het dorp verderop was. Wat jammer dat ik ook dat niet meer aan schoonmams kan vragen.
-
Ik nam het album mee naar mijn vader. Gewoon om het te laten zien. Hij bladerde het door en bij veel namen wist hij te vertellen wie het waren. Iets wat me aangenaam verraste want niet uit hetzelfde dorp en ook tien jaar verschil in leeftijd. Hij kende veel namen. En verhalen en en anekdotes over de familie waaruit ze kwamen. Sterker nog: sommige van de meisjes van toen woonden ook in het huis waar mijn schoonmoeder woonde. Vriendinnetjes van vroeger. Toen hinkelden en knikkerden ze samen. Nu speelden ze samen bingo en deden ze bejaardengym met elkaar. Zouden ze net zo hebben gegiecheld als toen?
-
Twee jaar later, als het album vol is, is de kleine Gretha al 13 jaar en werkt ze al een jaar volop mee op de boerderij. Nog twee jaar later breekt de tweede wereldoorlog uit en is ze in één klap volwassen.






2 opmerkingen: